"*" geeft vereiste velden aan

Gewasrotatie op bouwland
Eén van de eisen in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is dat er op bouwland gewasrotatie moet plaatsvinden (GLMC 7). Daarbij gelden drie normen:
1. Elk jaar moet op minimaal 1/3 van het bouwland een ander gewas als hoofdteelt worden geteeld, of een of meer volgteelten;
2. Op een perceel moet eens per vier jaar een ander gewas als hoofdteelt worden geteeld;
3. Op zand- en lössgrond moet in de periode 2023-2026 één keer een rustgewas als hoofdteelt geteeld worden. De hoofdteelt is het gewas dat in de periode 15 mei tot en met 15 juli het langst aanwezig is.
Voor de normen 1 en 2 gelden een aantal vrijstellingen. Nieuw is dat landbouwbedrijven tot 30 ha vanuit het GLB zijn vrijgesteld van controles en sancties op de verplichte gewasrotatie. Deze bedrijven zijn echter nog steeds verplicht om GLMC 7 na te leven. Dit zijn verplichtingen die zijn overgenomen vanuit de nationale regelgeving, zoals de rustgewasverplichting (norm 3). Voor kleine bedrijven blijven controles en sancties op basis van deze nationale wet- en regelgeving van toepassing. Zij hebben voor deze bedrijven alleen geen doorwerking meer in de GLB-subsidies.


